Kwartels houden: praktische gidsen

Broeden, voeren, legproductie, huisvesting en de winter — praktische gidsen voor het houden van kwartels, met cijfers als werkbare marges in plaats van verzonnen precisie.

Licht voor leggende kwartels — daglengte, lichtsterkte en schaduw

Veertien uur licht is de ondergrens, zeventien het optimum, en te fel doet evenveel kwaad als te kort — met waarden voor daglengte, verlichtingssterkte en schaduwplekken.

Voor leggende kwartels is licht geen comfort, maar de prikkel om te gaan leggen. Bij een daglengte van minder dan tien uur zet het lichaam de voortplanting op pauze. Vanaf veertien uur loopt de leg, en zeventien uur geldt als optimaal. Het tweede getal is net zo belangrijk, en bijna niemand denkt eraan: te fel is even schadelijk als te kort. Dertig tot veertig lux is genoeg; fel licht maakt kwartels voortdurend nerveus en leidt tot uitval.

Daglengte

Kwartels richten zich naar het licht, niet naar de kalender. Wordt de dag te kort, dan schroeft het lichaam de leg terug. Dat is geen storing, maar een ingebouwde regel die ervoor zorgt dat vogels in het warme seizoen broeden. Voor de houderij betekent dat:

DaglengteWat er gebeurt
10 uur en minderde geslachtsfunctie wordt afgeremd, de legproductie daalt
vanaf 14 uurde ondergrens voor een groep die aan de leg is
ongeveer 17 uurhet bereik waarin de productie het hoogst is

Het werkbereik ligt dus tussen veertien en zeventien uur. Meer is niet beter: een groep die nauwelijks nog donker krijgt, vindt geen rust, en rust hoort net zo bij de leg als voer.

Concreet betekent dat voor een kleine groep thuis: een tijdschakelaar, een vast ritme, en in de herfst op tijd verlengen, niet pas als de productie al is ingestort. De dag 's ochtends verlengen heeft een voordeel: de dieren komen 's avonds met het natuurlijke licht tot rust, in plaats van in het donker te zitten op het moment dat de lamp uitgaat.

Lichtsterkte

Het tweede getal wordt vaker over het hoofd gezien dan het eerste. Een hoge verlichtingssterkte is voor kwartels ongewenst: ze is een voortdurende belasting en verhoogt de uitval in de groep. Dertig tot veertig lux geldt als een goed bereik.

Dat is weinig: veel minder dan een gewone plafondlamp in een woonkamer geeft, en ongeveer zoveel als gedempte werkverlichting of een bewolkte dag achter een raam. Kunt u het niet meten, ga dan af op het gedrag. Een groep in het juiste licht is rustig en houdt zich bezig met voer en strooisel. Een groep in te fel licht is onrustig, schrikachtig en begint te pikken — en verenpikken is bij kwartels het begin van erger.

Schaduw hoort erbij

Elke kwartel heeft een plek nodig waar ze niet in het licht zit. Bij kooihuisvesting betekent dat: de bovenkant van de kooi wordt afgedekt met ondoorzichtig materiaal, vooral bij de bovenste etage, die anders recht in de lamp kijkt. Zo blijft een deel van de kooi in de schaduw, en kunnen de dieren zich aan het licht onttrekken wanneer ze willen.

Wat van opzij komt, is net zo belangrijk. Directe lichtstralen die dwars door de kooi vallen, zijn op zich al een bron van stress. Daarom staan kooien niet bij een raam en niet naast een andere sterke lichtbron. Wie een hok inricht, plant het licht dus twee keer: één keer als hoeveelheid en één keer als richting.

Bij grondhuisvesting geldt hetzelfde principe, alleen met andere middelen: een afgedekte hoek, een plank boven een deel van de vloer, een hoek met dichter strooisel. Kwartels zijn bodemvogels die dekking zoeken; een groep zonder enige schaduwplek zit voortdurend onbeschut.

Jonge dieren hebben een ander programma

Wat voor de leggroep geldt, geldt niet voor de opfok. Kuikens krijgen de eerste dagen dag en nacht licht, zodat ze altijd voer en water vinden. Daarna gaat het terug naar tien tot twaalf uur, en zo blijft het tot ongeveer de vijfde week. In kooien kan die overstap al vanaf de tweede levensweek.

De reden is precies dezelfde als die waarom de leggroep veertien uur krijgt: licht stuurt de geslachtsrijpheid. Jonge dieren die te vroeg lange dagen zien, komen te vroeg aan de leg, voordat hun lichaam daar klaar voor is. De korte dagen van de opfok zijn dus geen bezuiniging, maar een bewuste rem.

De overstap op het programma voor volwassen dieren hoort bij het overzetten naar het leghok, en dat gebeurt vóór het begin van de leg — bij kwartels op een leeftijd van ongeveer 36 tot 46 dagen.

Wat dit voor elke dag betekent

Met drie maatregelen bent u er grotendeels. Ten eerste een tijdschakelaar die in de winter 's ochtends vroeger aangaat, zodat de groep op veertien tot zeventien uur komt. Ten tweede een lamp die de ruimte gelijkmatig en zacht verlicht, in plaats van één felle vlek en donkere hoeken te geven. Ten derde een plek in de schaduw in elke kooi of elk hok.

En één waarneming die geen techniek vervangt: een groep waarvan de productie zonder zichtbare reden terugloopt, heeft vaak een lichtprobleem dat er in de loop van weken is ingeslopen — een kapotte lamp, een verstelde tijdschakelaar, een zomer die ten einde loopt. Kijk eerst naar het licht voordat u het voer verandert; dat is de makkelijkere klus.

De cijfers en richtwaarden in dit artikel volgen de vakliteratuur over het houden van kwartels: Stele, Osmanjan, Afanasjev, “Eierproductie in de pluimveehouderij”, het hoofdstuk over de technologie van de kwarteleierproductie.

Veelgestelde vragen

Hoeveel lichturen hebben leggende kwartels nodig?
Veertien uur is de ondergrens voor een groep die aan de leg is; ongeveer zeventien uur geldt als optimaal. Onder tien uur zet het lichaam de voortplanting op pauze. Meer dan zeventien is niet beter: een groep zonder donker vindt geen rust, en rust hoort net zo bij de leg als voer.
Hoe fel mag het licht in een kwartelhok zijn?
Dertig tot veertig lux: veel minder dan een gewone plafondlamp in een woonkamer, ongeveer zoveel als gedempte werkverlichting. Fel licht is een voortdurende belasting, maakt de dieren schrikachtig en leidt tot verenpikken. Zonder meter gaat u af op het gedrag: een rustige groep die met voer en strooisel bezig is, zit in het juiste licht.
Hebben kwartels een schaduwplek nodig?
Ja. Elk dier heeft een plek nodig waar het niet in het licht zit. Bij kooihuisvesting is dat een ondoorzichtige afdekking, vooral op de bovenste etage; bij grondhuisvesting een afgedekte hoek of een plank boven een deel van de vloer. Directe stralen van opzij zijn op zich al een bron van stress, en daarom staan kooien niet bij een raam.
Kunt u de dag beter 's ochtends of 's avonds verlengen?
's Ochtends. Dan komen de dieren 's avonds met het natuurlijke licht tot rust, in plaats van in het donker te zitten op het moment dat de lamp uitgaat. En verleng de dag in de herfst op tijd, niet pas als de productie al is ingestort.
De legproductie daalt zonder duidelijke reden — wat zit erachter?
Vaak het licht, en dat sluipt er in de loop van weken in: een kapotte lamp, een verstelde tijdschakelaar, een zomer die ten einde loopt. Kijk eerst naar het licht voordat u het voer verandert; dat is de makkelijkere klus.