Kwartels houden: praktische gidsen
Broeden, voeren, legproductie, huisvesting en de winter — praktische gidsen voor het houden van kwartels, met cijfers als werkbare marges in plaats van verzonnen precisie.
Kwartels houden voor beginners: hoeveel ruimte, hoeveel dieren, hoeveel werk per dag?
Wat u moet weten voordat het eerste dier komt — ruimte per kwartel, groepsgrootte en de haan, voer, licht, het dagelijkse werk en de meest gemaakte beginnersfouten.
Kwartels houden is eenvoudiger dan kippen houden, maar ook kwartels stellen eisen. Voor een kleine groep van vier tot zes hennen heeft u een laag, martervrij hok nodig met ongeveer 0,2 tot 0,3 vierkante meter per dier, volledig voer voor kwartels, schoon water, een zandbad en een vast lichtritme. Het dagelijkse werk kost een paar minuten. De eerste eieren komen tussen de zesde en de tiende levensweek, en daarvoor heeft u geen haan nodig.
Hoeveel dieren, en welke
Begin klein. Kwartels zijn groepsdieren: met minder dan vier dieren wordt het onrustig, en één dier alleen is geen optie. De bovengrens wordt minder bepaald door de ruimte dan door het huishouden. Op haar hoogtepunt legt een hen ongeveer vier tot zes eieren per week, dus vijf of zes hennen leveren al meer dan de meeste gezinnen opmaken. En wat normaal is bij uw dieren, leert u met vijf dieren veel beter dan met dertig.
Wilt u alleen eieren voor de keuken, houd dan een groep met uitsluitend hennen. Dat is de rustigste keuze: hennen leggen zonder haan net zo goed, de eieren zijn dan onbevrucht en even geschikt om te eten. Een haan hoort er alleen bij als u zelf eieren wilt uitbroeden, en dan één haan op drie tot vijf hennen. Twee hanen in een kleine groep gaat bijna nooit goed.
Bij de aankoop heeft u drie mogelijkheden: broedeieren, kuikens of jonge dieren die bijna legrijp zijn. Om mee te beginnen zijn jonge dieren het eenvoudigst: het geslacht is te bepalen, de kwetsbaarste levensfase hebben ze bij de fokker doorgebracht, en het eerste ei laat niet lang op zich wachten. Bij kuikens en broedeieren blijkt ongeveer de helft een haan te zijn.
De ruimte
Bij hobbyhouders is ongeveer 0,2 tot 0,3 vierkante meter bruikbaar vloeroppervlak per dier een veelgebruikte richtwaarde. Bruikbaar wil zeggen: de plek onder de voerbak, de drinkbak en het zandbad telt niet mee. Voor zes dieren is dat ruim één tot bijna twee vierkante meter — een hok dat in een garage, een schuur of een beschutte hoek van de tuin past.
Voor kwartels is het hok bewust laag. Als ze schrikken, vliegen ze bijna loodrecht omhoog, en in een hoog hok stoten ze dan hun kop tegen het plafond. Hokken met een binnenhoogte van ongeveer 30 tot 50 centimeter voorkomen dat opvliegen helemaal. Zitstokken hebben kwartels niet nodig — het zijn bodemvogels.
Binnen of buiten is minder een kwestie van temperatuur dan van nattigheid: kwartels kunnen beter tegen vorst dan tegen vocht en tocht. Buiten heeft u een dicht dak nodig, een kant die uit de wind ligt en een droge bodem; binnen tochtvrije lucht en licht voor het dagritme. Beide kan.
Wat wettelijk geldt — minimummaten, registratieplicht, hygiëne-eisen — verschilt per land en per regio. Vraag het na bij de veterinaire autoriteit voordat u gaat bouwen.
De basisuitrusting
- Strooisel op de hele vloer, droog en dik genoeg om in te scharrelen. Gaasbodems zijn ongeschikt voor de hobbyhouderij.
- Een zandbad met droog, fijn zand — verzorging van het verenkleed en bescherming tegen parasieten in één.
- Schuilplekken: takken, een plank over twee stenen, een kist op zijn kant, altijd met twee uitgangen.
- Meerdere voer- en drinkplaatsen, verspreid over de ruimte, zodat één dominant dier niet alles kan blokkeren.
- Bescherming tegen marters: gelast gaas in plaats van kippengaas, sluitingen die pas met twee handelingen opengaan, en bescherming van onderen tegen vos en rat.
Voer en water in grote lijnen
Kwartels krijgen een volledig voer uit de handel voor kwartels, fazanten of kalkoenen; kippenvoer bevat voor hen te weinig eiwit. Leggende dieren hebben legvoer nodig met beduidend meer calcium, en daarnaast een kalkbron in een eigen bakje, waar ze naar behoefte van kunnen nemen. Een volwassen dier eet grofweg 20 tot 30 gram per dag. Een zak gaat bij een kleine groep lang mee; bewaar hem droog en buiten bereik van muizen.
Water moet er altijd zijn: elke dag vers, 's winters vorstvrij en 's zomers in de schaduw. Groenvoer en keukenresten geeft u alleen als aanvulling, in kleine hoeveelheden. Alles wat gezouten of beschimmeld is, en brood, hoort niet in het hok.
Licht
Bij leggende kwartels is het licht wat de leg op gang brengt. Vanaf 14 uur daglengte loopt de leg; onder de 10 uur remt het lichaam de leg af. In de zomer regelt de dag dat vanzelf. In de winter heeft u ofwel een lichtprogramma met een tijdschakelaar nodig, ofwel de bereidheid om de donkere maanden zonder eieren door te komen — een winterpauze doet de dieren zelfs goed. Het licht mag niet fel zijn, en er hoort een plek in de schaduw bij.
Het dagelijkse werk
De routine is kort, maar ze moet elke dag gebeuren, ook als het regent en als u op vakantie bent. 's Ochtends: de drinkbak omspoelen en vullen, het voer controleren, de eieren rapen, twee minuten naar de groep kijken — staat elk dier op, eet elk dier, ziet elk dier eruit zoals gisteren. 's Avonds: een rondje om het hok en aan elke sluiting voelen. Voor een groep van vier tot zes dieren zijn dat een paar minuten, in de orde van tien tot vijftien.
Elke week komen daar het losmaken van het strooisel, het zeven van het zandbad en het schoonborstelen van de drinkbak bij — een halfuur voor een groep van die grootte. Om de paar weken ververst u het strooisel helemaal.
Beide tijden groeien mee met de groep, en wel recht evenredig: twee keer zoveel dieren betekent twee keer zoveel drinkbakken, twee keer zoveel strooisel, twee keer zoveel eieren om te rapen. Wie met dertig dieren begint, is niet een kwartier per dag bezig, maar een uur — de meest voorkomende reden waarom grote groepen van beginners na de eerste winter weer klein worden.
Spreek vóór de aankoop af wie voor de dieren zorgt als u een week weg bent.
Wanneer de eerste eieren komen
De meeste hennen leggen hun eerste ei tussen de zesde en de tiende levensweek. De eerste eieren zijn klein en komen onregelmatig; dat trekt meestal binnen twee tot drie weken bij. Daarna legt een gezonde hen op het hoogtepunt ongeveer vier tot zes eieren per week, en over een legjaar met lichtprogramma en legvoer grofweg 200 tot 300. In veel groepen worden de dieren na ongeveer een jaar leg vervangen, omdat de productie vanaf dan terugloopt — de dieren zelf leven aanzienlijk langer.
De meest gemaakte beginnersfouten
- Te veel dieren tegelijk. Met twintig dieren in plaats van zes verdubbelt elke fout: vocht, krapte, werk, eieren die niemand eet. Inkrimpen is moeilijker dan uitbreiden.
- Te veel hanen. Bij een uitkomst krijgt u ongeveer evenveel hanen als hennen. Wie ze allemaal houdt, krijgt gevechten, kale nekken bij de hennen en lawaai — de haan begint te roepen rond de vijfde tot achtste week.
- Het hoge hok. Tussen kniehoogte en heuphoogte, met een hard plafond: precies de zone waarin kwartels vaart krijgen en tegen de bovenkant vliegen.
- Kippenvoer. Te weinig eiwit, en de leg komt niet op gang.
- Nat strooisel. Vocht is het begin van bijna elk probleem.
- De sluiting die een marter open krijgt. Eén nacht kost meestal de hele groep.
- Steeds iets veranderen. Nieuw voer, nieuw hok, nieuwe groep — elke verandering kost eieren, en wie om de drie weken iets verandert, komt nooit te weten wat gewerkt heeft.
Noteert u vanaf het begin wat er gebeurt — aankomst, eerste ei, eieren per week — dan weet u na een paar maanden wat in uw hok normaal is. Later zijn die cijfers de basis voor elke beslissing, van het lichtprogramma tot het vervangen van de groep.
Veelgestelde vragen
- Hoeveel kwartels moet u minstens houden?
- Minstens vier; met minder wordt de groep onrustig, en één dier alleen is geen optie. Om mee te beginnen zijn vier tot zes hennen een goed aantal — die leggen al meer dan de meeste huishoudens opmaken.
- Hoeveel ruimte heeft een kwartel nodig?
- Bij hobbyhouders ongeveer 0,2 tot 0,3 vierkante meter bruikbaar vloeroppervlak per dier, bij een binnenhoogte van ongeveer 30 tot 50 centimeter, zodat de dieren bij het opvliegen niet tegen de bovenkant stoten. De plek onder de drinkbak, het voer en het zandbad telt niet mee.
- Kunt u kwartels zonder haan houden?
- Ja, en voor eieren om te eten is dat de rustigste keuze. Hennen leggen zonder haan evengoed; de eieren zijn dan onbevrucht. Een haan is alleen nodig als u zelf eieren wilt uitbroeden, en dan één haan op drie tot vijf hennen.
- Wanneer beginnen kwartels met leggen?
- De meeste hennen tussen de zesde en de tiende levensweek. Op het hoogtepunt zijn dat ongeveer vier tot zes eieren per hen per week, over een jaar grofweg 200 tot 300, mits licht en voer in orde zijn.