Kwartels houden: praktische gidsen
Broeden, voeren, legproductie, huisvesting en de winter — praktische gidsen voor het houden van kwartels, met cijfers als werkbare marges in plaats van verzonnen precisie.
Kwarteleieren uitbroeden — een handleiding van dag 1 tot de uitkomst
Kwarteleieren komen na ongeveer 17 dagen uit: welke eieren geschikt zijn, hoe u de broedmachine instelt en wanneer u keert, schouwt, overzet en de uitkomst afwacht.
Kwarteleieren hebben gewoonlijk 16 tot 18 dagen nodig, meestal rond de 17. In de praktijk houdt u in de broedfase ongeveer 37,5 tot 37,8 graden Celsius aan, bij een relatieve luchtvochtigheid van 45 tot 55 procent, en u keert de eieren meerdere keren per dag. Ongeveer twee tot drie dagen voor de berekende uitkomstdatum stopt het keren en gaat de luchtvochtigheid omhoog naar zo'n 65 tot 75 procent. Daarna blijft de broedmachine dicht. Al het andere in dit artikel is de onderbouwing van die vier getallen en de volgorde waarin ze aan bod komen.
De marges zijn ervaringswaarden, geen voorschrift: elke broedmachine gedraagt zich anders, en de aanwijzingen van de fabrikant gaan voor.
Voordat de broedmachine aangaat: de eieren
Veel is al beslist voordat het eerste ei in de broedmachine ligt.
- Leeftijd van de ouderdieren. Heel jonge hennen leggen kleine eieren die slecht uitkomen; bruikbare broedeieren zijn er meestal pas enkele weken na het begin van de leg. Bij oude dieren daalt het bevruchtingspercentage weer.
- Leeftijd van het ei. Na ongeveer een week bewaren daalt het uitkomstpercentage merkbaar. Vaker kleinere partijen inleggen levert daarom meestal meer op dan lang sparen voor één grote partij.
- Bewaren. Koel en uit het licht, duidelijk onder kamertemperatuur, maar niet in de koelkast. Bewaar de eieren liggend of met de punt naar beneden en kantel ze elke dag een beetje, zodat de kiem niet vastplakt. Laat ze voor het inleggen op kamertemperatuur komen, anders slaat er condens neer op de koude schaal.
- Sorteren. Heel kleine, gebarsten, dunschalige, sterk misvormde en erg vuile eieren horen niet in de partij. Een bedorven ei kan in de warme broedmachine openbarsten en de eieren ernaast besmetten.
De broedmachine voorbereiden
Een broedmachine zet u niet aan op de dag van het inleggen, maar eerder. Laat de machine minstens een dag leeg draaien, met water in het waterbakje en al op de definitieve plek. Zo ziet u of de temperatuur stabiel blijft of in de loop van de uren verloopt.
- Een tweede thermometer. Wat de machine zelf aangeeft, is een bewering, tot een onafhankelijk meetinstrument het bevestigt. Leg dat instrument op eihoogte midden in de broedmachine, niet tegen de wand. Wijken de waarden af, ga dan uit van het instrument dat u heeft gecontroleerd en noteer het verschil, in plaats van op de gok aan de knop te draaien. Meet u ook op een tweede plek, dan ontdekt u warme en koele hoeken.
- De plek. Geen zonlicht, geen tocht, geen radiator ernaast. Schommelt de temperatuur in de ruimte, dan schommelt de broedmachine mee.
- Hygiëne. Maak de machine, de laden en de waterbakjes voor elke partij schoon en laat alles volledig drogen. Houd de ventilatieopeningen vrij.
Warmte, luchtvochtigheid, verse lucht
De broedfase loopt op ongeveer 37,5 tot 37,8 graden Celsius, de uitkomstfase iets koeler. Een luchtvochtigheid van 45 tot 55 procent zorgt ervoor dat het ei gecontroleerd vocht afgeeft en dat de luchtkamer aan de stompe kant groeit. Te vochtig bebroede eieren hebben op de uitkomstdag te weinig lucht, te droog bebroede verliezen te veel. Hoe het daarmee staat, ziet u bij het schouwen.
Keren
In de broedfase worden de eieren meerdere keren per dag gekeerd. Drie tot vijf keer is genoeg, bij voorkeur een oneven aantal. Keren voorkomt dat de kiem aan het schaalvlies vastgroeit, en verdeelt de warmte gelijkmatig over het ei.
Het oneven aantal heeft een eenvoudige reden. Bij een even aantal ligt het ei elke nacht — de langste pauze van de dag — op dezelfde kant. Bij een oneven aantal wisselt de kant waarop het 's nachts ligt van dag tot dag.
Twee tot drie dagen voor de uitkomst stopt het keren. Het kuiken draait zich dan in zijn uitkomstpositie, en elke beweging stoort het daarbij.
Schouwen
Schouwen betekent dat u het ei in het donker tegen een sterke, gebundelde lichtbron houdt. Bij kwarteleieren is dat lastiger dan bij kippeneieren, omdat de schaal gespikkeld is. Werk vlot, zodat de eieren niet afkoelen.
- Rond dag 5 tot 7: in een bevrucht ei ziet u een fijn, spinnenwebachtig netwerk van bloedvaatjes met een donkerder stip. Een helder ei is onbevrucht; een duidelijke bloedring of een afgebroken adernetwerk wijst op een afgestorven kiem.
- Rond dag 10 tot 12: de inhoud is grotendeels donker, vaak is beweging te zien, en de luchtkamer tekent zich duidelijk af.
- Voor het overzetten: haal eieren die doorschijnend zijn gebleven eruit. Ze kunnen in de uitkomstmachine openbarsten.
Dag voor dag
| Dag | Wat u doet |
|---|---|
| voor het inleggen | eieren koel bewaren en dagelijks kantelen; de broedmachine een dag leeg laten draaien en met een tweede thermometer controleren |
| dag 0 | eieren op kamertemperatuur laten komen, inleggen, datum noteren, beginnen met keren |
| dag 1 tot 13 | drie tot vijf keer per dag keren, water en temperatuur controleren, de ruimte luchten |
| dag 5 tot 7 | eerste keer schouwen, onbevruchte eieren verwijderen |
| dag 10 tot 12 | tweede keer schouwen, luchtkamer beoordelen |
| dag 14 tot 15 | overzetten naar de uitkomstmachine, stoppen met keren, luchtvochtigheid verhogen |
| dag 16 tot 18 | uitkomst; broedmachine dicht laten |
| na de uitkomst | kuikens laten opdrogen, daarna naar de voorverwarmde opfokbak |
Overzetten naar de uitkomstmachine
Op de overzetdag veranderen er drie dingen tegelijk, en ze horen alle drie bij elkaar:
- De eieren gaan in vlakke uitkomstladen en liggen daar los. Ze hebben ruimte nodig om te draaien, maar mogen niet rondrollen.
- Het keren stopt. Zet de automatische keerinrichting uit. Trek niet alleen de stekker van de motor eruit terwijl de keerlade blijft zitten.
- De luchtvochtigheid gaat omhoog naar ongeveer 65 tot 75 procent. Zodra het kuiken de schaal aanpikt, droogt het binnenste eivlies bij de opening. Is de luchtvochtigheid te laag, dan wordt het vlies leerachtig en sluit het als een folie om het kuiken, dat zich dan niet meer verder kan draaien.
In een combimachine gebeurt dezelfde omschakeling, alleen blijven de eieren op dezelfde plek.
De uitkomst
Ongeveer een dag voor de uitkomst prikt het kuiken met zijn eitand de luchtkamer open en piept het. Daarna pikt het de schaal van binnenuit aan en draait het zich langzaam rond in het ei, tot het kapje loskomt. Tussen het eerste zichtbare gaatje en het uitgekomen kuiken zitten vaak vele uren. Dat is normaal.
In die tijd blijft het deksel dicht. Elke keer dat u het opent, ontsnapt de vochtige, warme lucht in één golf. De luchtvochtigheid daalt binnen enkele seconden, en het duurt lang voordat die weer op peil is. Juist dan drogen de vliezen van de aangepikte eieren uit — en dat treft niet alleen het ene kuiken dat u wilde zien, maar de hele lade. Wacht tot de meeste kuikens uitgekomen en droog zijn, en ruim de lade in één keer leeg.
De eerste uren daarna
Pas uitgekomen kuikens blijven in de uitkomstmachine tot hun dons droog is. Ze teren op de opgenomen dooierzak en hebben geen voer of water nodig. Daarna gaan ze naar een voorverwarmde opfokbak, nooit naar een koude. Daar hebben ze het volgende nodig:
- een warmtebron en een koelere hoek om naar uit te wijken; waar de kuikens gaan zitten, zegt meer over de juiste temperatuur dan welke thermometer ook
- een stroeve bodem, zodat ze geen spreidpoten krijgen
- fijn opfokvoer en ondiep water in een drinkbak waarin een kwartelkuiken niet kan verdrinken
- rust, gedempt licht, geen tocht
Kijk op de eerste dag een paar keer of ze allemaal drinken en of er geen kuikens in een hoek samenkruipen. Heeft u meerdere partijen tegelijk lopen, dan houdt u de data van inleggen, overzetten en uitkomst beter op schrift bij dan in uw hoofd — daarvoor is deze app gemaakt.
Veelgestelde vragen
- Hoelang duurt het voordat kwarteleieren uitkomen?
- Meestal 16 tot 18 dagen, vaak rond de 17. Ongeveer twee tot drie dagen voor de berekende uitkomstdatum stopt het keren en gaat de luchtvochtigheid omhoog. Daarna blijft de broedmachine dicht.
- Welke temperatuur en luchtvochtigheid hebben kwarteleieren nodig?
- In de praktijk loopt de broedfase op ongeveer 37,5 tot 37,8 graden Celsius en 45 tot 55 procent relatieve luchtvochtigheid. De uitkomstfase loopt iets koeler en op ongeveer 65 tot 75 procent. De marges zijn ervaringswaarden: de aanwijzingen van de fabrikant van uw broedmachine gaan voor, en een tweede, onafhankelijke thermometer op eihoogte zegt meer dan wat de machine zelf aangeeft.
- Hoe vaak moeten kwarteleieren worden gekeerd?
- Drie tot vijf keer per dag is genoeg, bij voorkeur een oneven aantal. Bij een even aantal ligt het ei elke nacht — de langste pauze van de dag — op dezelfde kant. Twee tot drie dagen voor de uitkomst stopt het keren, omdat het kuiken zich dan in zijn uitkomstpositie draait.
- Kunt u broedeieren wassen?
- Nee. De schaal heeft een natuurlijke beschermlaag, en waswater duwt ziektekiemen naar binnen door precies de poriën waardoor het embryo ademt — vooral als het water kouder is dan het ei. Voor schone eieren zorgt u bij de bron: vaak rapen, droog strooisel, schone legnesten.
- Hoelang kunt u broedeieren bewaren?
- Na ongeveer een week bewaren daalt het uitkomstpercentage merkbaar. Bewaar ze koel en uit het licht, duidelijk onder kamertemperatuur maar niet in de koelkast. Kantel ze elke dag een beetje en laat ze voor het inleggen op kamertemperatuur komen. Vaker kleinere partijen inleggen levert meestal meer op dan lang sparen voor één grote partij.
- Moet u een kuiken helpen bij het uitkomen?
- Nee, niet zolang u beweging, gepiep of nieuwe vooruitgang bij het gaatje ziet. Een kuiken dat lang stil in een aangepikt ei zit, rust meestal, terwijl de dooierzak wordt opgenomen en de bloedvaten van het eivlies zich terugtrekken. Als u de schaal nu openmaakt, scheurt u die bloedvaten open. Tussen het eerste gaatje en het uitgekomen kuiken zitten vaak vele uren.